Feyenoord Centraal
Ado Den Haag Ajax AZ FC Groningen FC Twente FC Utrecht Feyenoord Go Ahead Eagles Heracles NAC NEC PEC Zwolle PSV Roda JC RKC SC Cambuur SC Heerenveen Vitesse

Jan-Arie van der Heijden, moderne cultheld in De Kuip

Het leek weer een seizoen op de bank te worden voor Jan-Arie van der Heijden (28), bij Feyenoord. Maar eind augustus veranderde het perspectief. Van der Heijden greep zijn kans en groeide uit tot een vaste waarde, centraal achterin. Van fluitconcerten naar gejuich na een schaar over de middenlijn. Over bijnamen, wennen aan De Kuip, aandacht en vrienden.

Het is een dag na de eerste competitiewedstrijd van Feyenoord in 2017: uit tegen Roda JC werd het 0-2. De veertiende zege van het seizoen. In de met flarden mist omgeven Kuip en het aangrenzende Maasgebouw heerst geen euforische stemming. Laat staan een kampioenskoorts. Ook niet nadat een avond eerder in een aflevering van Andere Tijden Sport de laatste landstitel van Feyenoord uitgelicht werd. Van der Heijden gaat de aflevering terugkijken, zegt hij zittend in de perskamer van De Kuip. Een kop koffie en een glas water staan voor hem op tafel. Na de wedstrijd tegen Roda JC ging hij naar de verjaardag van zijn zus om daarna de avond door te brengen met Sevilla-Real Madrid op de tv. “Ik kreeg nog appjes van een aantal vrienden dat die documentaire op tv was, maar ik zat helemaal in die wedstrijd van Real. Ik las wel dat het mooie beelden waren, met duizenden mensen bij de huldiging.” Hij was elf jaar toen Feyenoord voor het laatst landskampioen werd. Ook toen stond Feyenoord bij het ingaan van de winterstop bovenaan in de Eredivisie. Met dezelfde cijfers als halverwege dit seizoen: dertien zeges, drie remises en een nederlaag. “Ja, dat is een mooie overeenkomst. Maar het zegt nog niets. Dat we bovenaan staan is fijn, maar een winterkampioenschap is geen prijs. Je moet het ook in de tweede seizoenshelft waarmaken. Vorig seizoen kregen we een dip na de winterstop. Dat moeten we nu voorkomen. We hebben geleerd van vorig seizoen en zijn nu als team veel verder. De wedstrijden die we toen wonnen gingen ook vrij moeizaam. Nu zijn we veel stabieler en sterker. Ook nu iemand als Karim El Ahmadi, een belangrijke speler, ontbreekt. We laten het ook zonder hem zien.”Van de bank Nee, over een nieuwe landstitel na 1999 wordt niet veel gesproken. “Daarvoor duurt de competitie ook nog veel te lang. Er kan nog zoveel gebeuren. Maar we hebben wel veel vertrouwen. Je merkt ook aan iedereen binnen de club dat de focus er is. Of het nu bij de spelers of bij de medewerkers van de club is, iedereen heeft een doel. Dat is aan het eind van dit seizoen eerste staan. Wanneer iedereen hetzelfde doel voor ogen heeft, betaalt zich dat vaak uit. Kijk naar onze bekerwinst van vorig seizoen.”

Op 25 april 2016 stond Van der Heijden met zijn teamgenoten op het bordes van het stadhuis aan de Coolsingel. Met tienduizenden Feyenoord-supporters voor zich. “Ja, de meeste jongens van de huidige groep weten hoe het is om daar te staan. Dat was prachtig. Toch voelde de beker niet helemaal als mijn prijs. Ik speelde maar twee bekerwedstrijden. Wel een mooie trouwens, thuis tegen Ajax. Als we aan het eind van dit seizoen naar het stadhuis gaan zou ik het nog mooier vinden, omdat ik meer betrokken ben bij het team. Nu speel ik wekelijks. Ik wist dat ik aan het begin van dit seizoen moest wachten op mijn kans. Ik startte niet als basisspeler. Maar ik heb er alles aan gedaan om dat om te draaien. Toen ik thuis tegen Excelsior mijn kans kreeg heb ik die met beide handen aangegrepen en ben ik ook blijven staan.” Trainer Giovanni van Bronckhorst noemde Van der Heijden een voorbeeld voor andere spelers, omdat hij door geduldig te blijven en hard te blijven werken weer in de basis kwam en zijn plaats vasthield. Mede door de teenblessure van Sven van Beek. “Als je niet speelt ben je ook afhankelijk van de situatie van de jongens die eerder wel in de basis stonden. Dat is duidelijk. Daarom was het aan het begin van dit seizoen een moeilijk verhaal voor mij. En als je op de bank zit lijkt de tijd ook veel langzamer te gaan dan wanneer je wel speelt. Ik heb lang moeten wachten, maar uiteindelijk zie je dat je er op het juiste moment moet staan. Nu wil ik die plek niet meer kwijt. Daarvoor ben ik veel te gelukkig met mijn rol.” Bijnamen Analist René van der Gijp zei het al eens en laatst ook jouw teamgenoot Jens Toornstra in een interview: je bent dit seizoen een soort cultheld geworden in De Kuip. Hoe kijk jij daar tegenaan? “Als ik denk aan de mannen die dat vroeger waren vind ik mezelf eigenlijk geen typische cultheld. Maar misschien komt het doordat sommige mensen in Rotterdam mij in eerste instantie hebben onderschat. Ze zien nu wat ik echt kan. Ik heb wat foutjes gemaakt, zoals iedereen weleens overkomt. Maar voetballen kan ik wel. En ik ben dit seizoen ook echt gegroeid in mijn rol als verdediger. Ik heb daardoor blijkbaar fans erbij.”
Wanneer je ‘Jan-Arie van der Heijden’ intikt bij Google krijg je opmerkelijke suggesties bij de zoektermen, zoals: ‘Jan-Arie van der Heijden schaar’ en ‘Jan-Arie van der Heijden baco’. De eerste suggestie snapt hij wel, die tweede blijft opmerkelijk. “Ik heb namelijk nog nooit een Bacardi cola gedronken. Ik drink zelfs vrijwel geen alcohol. Maar ik weet dat Baco-Arie een van mijn bijnamen is. Iemand heeft dat blijkbaar ooit bedacht. Geen idee waarom. Maar je komt er niet meer vanaf, haha.” Zijn andere bijnaam vindt hij passender: ‘Jan-Scharie’. “Die heb ik sinds dit seizoen bij Feyenoord. Die vind ik wel leuk. Het zegt ook wel iets over mij als verdediger. Ik ben vooral een voetballend ingestelde verdediger. Wanneer ik soms over de lijn dribbel en een actie maak, hoor ik het publiek al juichen. Nu moeten ze niet denken dat ik alleen voor de show een schaar maak. Het moet effectief blijven, hè? Dat de supporters zo’n bijnaam voor mij bedenken zie ik alleen maar als een compliment.”

Wat was zijn bijnaam ook alweer? #azfey pic.twitter.com/ugbYSDVHR2
— Feyenoord Rotterdam (@Feyenoord) 11 december 2016

AanpassenHij speelt inmiddels anderhalf jaar in Rotterdam-Zuid en heeft nu zijn draai gevonden. Samen met Eric Botteghin in het centrum van de defensie. Het aantal van negentien officiële wedstrijden van vorig seizoen heeft Van der Heijden al overtroffen. Het was wel wennen, vertelt hij, overstappen van Vitesse naar Feyenoord. “Ik kom uit Schoonhoven en dat ligt in de regio, maar Schoonhoven en Rotterdam zijn niet te vergelijken. De mensen hier zijn directer, harder. Ook meer dan in Arnhem. Rotterdammers zeggen waar het op staat, wat ze ervan vinden. Daar had ik het soms moeilijk mee. Er is ook wel wat kritiek geweest op mijn spel. Maar uiteindelijk kan dat ook snel omslaan wanneer je wel presteert.” Je bent ook weleens uitgefloten door de Feyenoord-fans. Neem je dat soort kritiek mee naar huis? “Het ging misschien om een klein deel van de supporters, maar soms komt zoiets wel binnen, ja.” Sterkt dat jou dan direct om het tegendeel te bewijzen of trek je je eerst terug, op de achtergrond? “In eerste instantie dat laatste. Daarna zet ik me daar overheen.” Denk je dat de kritiek in vooral je eerste seizoen iets te maken had met je verleden bij Ajax? “Misschien hadden sommige supporters na mijn transfer van Vitesse wel zoiets van: laat het eerst maar zien. Omdat ik een Ajax-verleden heb. Maar uiteindelijk heb ik veel meer wedstrijden voor Vitesse gespeeld dan voor Ajax. Ik heb daar in de jeugd gespeeld en twee keer in het eerste elftal. Ach ja, zo lang ik hard blijf werken en mijn best doe, houdt niemand zich met het verleden bezig denk ik. En kritische individuen zijn er altijd. Daar leer je wel mee om te gaan. Binnen de club en de spelersgroep voel ik mij echt thuis.” Karakter Van der Heijden is niet iemand die in een groep het hoogste woord voert. Maar de vriendelijke en bedachtzame eind twintiger uit Schoonhoven heeft geleerd zijn mannetje te staan in een wereld vol haantjes. “Misschien heeft mijn rustige, ingetogen karakter weleens tegen mij gewerkt. Het kan zijn dat het voor een introverte jongen moeilijker is om bij een club uit een lastige situatie te komen dan iemand die altijd zijn woordje klaar heeft. Maar ja, iemand uit die laatste categorie kan ook zijn eigen glazen sneller ingooien. Ik ben wel iemand die iets zegt als het mij niet zint. En ook op het veld wordt dat van mij verwacht.” Je werd eens door een briesende Gertjan Verbeek, toen analist bij FOX Sports, toegesproken na een wedstrijd van Vitesse. Zou de Jan-Arie van der Heijden van nu heel anders reageren op zo’n uitval? Lachend: “Dat was toen best indrukwekkend, al bedoelde Verbeek het toen niet persoonlijk. Maar ik werd wel overrompeld. Hoe ik nu zou reageren weet ik niet. Ik ben natuurlijk ouder en wijzer, maar ik kan mijn karakter niet veranderen. Ik ben niet iemand die in de media graag op de voorgrond treedt. Al krijg ik dit seizoen wel meer interviewverzoeken. Dat hoort erbij en het betekent ook dat je goed bezig bent. Maar buiten het veld hoef ik niet zo nodig in de spotlights te staan. Op het veld is dat anders. Dan kan ik niet vaak genoeg aan de bal komen. Dat voelt vertrouwd en dan ben ik in mijn element.” Partners Over je technische kwaliteiten bestaat weinig twijfel, lijkt het. Zo noemde Guram Kashia, jouw voormalig teamgenoot bij Vitesse, jou ook al een keer de technisch beste verdediger in de Eredivisie. “Dat is een mooi compliment. Zo te horen heeft Guram er verstand van, haha. Voetballen blijft ook mijn grootste kwaliteit, ook nadat ik bij Vitesse vanaf het middenveld naar de verdediging ben gegaan. Maar in fysiek opzicht moest ik stappen zetten. Dat deed ik al bij Vitesse door extra krachttraining. Dat doe ik nu ook bij Feyenoord. Buiten de club train ik nog in overleg en ook met goedkeuring van Feyenoord met Errol Esajas. Hij werkt ook samen met onder anderen tennisster Kiki Bertens. Ik werk inmiddels al een jaar met hem. We trainen samen op kwaliteiten als wenden en keren, zodat ik leniger en beweeglijker word. Ik kan nog altijd stappen maken, maar heb wel het idee dat ik meer een echte verdediger ben dan dat ik ooit ben geweest. Ik kan meer genieten van harde duels. Dat zit ook in het dna van Feyenoord: mouwen opstropen en strijden. Die speelwijze ben ik nog meer gaan waarderen. Misschien dat de mensen daarom aan mij moesten wennen en ik aan Feyenoord. Ik was een ander type verdediger dan het type waaraan Feyenoord door de jaren heen gewend was.” Wat heb jij opgestoken van verdedigingspartners Guram Kashia bij Vitesse en nu Eric Botteghin?”Eric en Guram zijn goede voetballers, maar staan vooral bekend om hun fysieke kracht. Meer dan ik. Ik heb met beiden veel gesproken. Net als eerder met Guram heb ik nu een goede band met Eric. We weten wat we aan elkaar hebben en wat onze kwaliteiten zijn. Ik heb veel van die jongens geleerd. Ook hoe ze hun persoonlijke duels aangaan en fighting spirit tonen. Om meedogenlozer te worden. Dat is niet echt iets wat van nature in mij zat. Maar als je jongens naast je hebt die dat wel hebben ga je daarin mee. Ik kan ook gemeen zijn als het moet. Het is alleen niet zo dat ik spitsen opzoek, ga uitdagen, of stiekem knietjes uitdeel. Misschien is dat ook meer iets van vroeger. Toen er nog niet veel camera’s langs het veld stonden. Je moet nu gewoon in de duels hard zijn. Dat ben ik nu ook meer dan voorheen. En om een harde verdediger te zijn, hoef je echt geen explosief karakter te hebben. Eric en Guram zijn daar ook voorbeelden van. Zij zijn buiten het veld de aardigste jongens.”
VriendenUit hun periode bij Vitesse is een goede vriendschap ontstaan tussen Kashia en Van der Heijden. Ze zoeken elkaar regelmatig op. Dan rijdt de een naar Rotterdam of de ander naar Arnhem. Voor een etentje of een bak koffie. Ook met ex-Vitessenaren Davy Pröpper en Marco van Ginkel raakte Van der Heijden bevriend. Pröpper en Van Ginkel zijn dezelfde types als hij, zegt Van der Heijden. “Daarom klikt het ook goed. We zoeken elkaar niet wekelijks op, maar we hebben wel regelmatig contact. Een keer in de zoveel tijd spreken we af, gaan we ergens eten en praten we elkaar weer bij. Dat is altijd weer gezellig.”

Dinner with experienced example!
Een bericht gedeeld door Jan-Arie van der Heijden (@janarievanderheijden) op9 Aug 2016 om 11:26 PDT

Hij heeft het er weleens over met zijn voetbalvrienden Kashia, Pröpper, Van Ginkel en ook Danny Holla: wat de toekomst brengt. “Ik weet niet of ik hoofdtrainer of analist bij de tv zou willen worden. Op dit moment niet. Ik zie mezelf meer als jeugdcoach werken. Dat lijkt mij wel wat. Na mijn voetbalcarrière zou ik ook met mijn vriendin meer willen reizen. We zijn al een aantal keren op een verre reis geweest. We waren deze winter voor het eerst in Dubai. Daar hadden we veel goede verhalen over gehoord. Veel voetballers gaan er naartoe. Het is de dichtstbijzijnde bestemming voor een zekere zonvakantie. Het vliegen en tijdsverschil zijn ook goed te doen. En je kunt wat vitamine D inslaan, altijd lekker. Vorig jaar zomer zijn we nog naar Bali geweest. Dat beviel erg goed. Vrienden van mij zijn weleens gaan backpacken en komen dan terug met de mooiste verhalen. Ik weet alleen niet of dat iets voor mij is. Zo’n avonturier ben ik ook niet. Ik ben gehecht aan waar ik vandaan kom en mensen die dicht bij mij staan.” Broer Willem-Paul is er een van. “We hebben nog een plan om ooit samen in een team te spelen. Bij vv Schoonhoven, met wat vrienden erbij. Misschien in de zaal en anders toch op het veld. Dat lijkt mij wel wat. Hij als aanspeelpunt of afmaker. Mijn broer heeft een goed schot. Dan geef ik de ballen wel voor. Dat is iets voor de toekomst. Eerst wil ik nog een aantal mooie jaren als profvoetballer beleven. Mijn ambitie was altijd om een keer naar het buitenland te gaan en die ambitie is er nog steeds. Wanneer die kans voorbijkomt zien we wel. Eerst wil ik mijn basisplaats bij Feyenoord vasthouden en met deze club nog meer prijzen winnen. Hopelijk dit seizoen. We kennen inmiddels de weg naar de Coolsingel, hè?”

Deel dit bericht

Facebooktwitterredditpinterestlinkedinmail

Algemeen voetbalnieuws